Buren in Finland


We hebben nieuwe buren gekregen bij ons vakantiehuis in Finland. Na het eerste contact blijken het sympathieke en hartelijke mensen.
Wij, de mannen, hebben allebei onze vrouw nodig als tolk. Hij praat uitsluitend Fins en dat maakt communicatie wat lastig, maar niet onmogelijk. Onze buurvrouw spreekt uitstekend Engels en die vertaalt alles voor hem en weer retour naar mij. Zo ontstaat er een soort rondom vertaalkring als we samen zijn. En als de vrouwen onderling aan het kletsen zijn verstaan we het allebei niet meer. Als ik naar de grijns op zijn gezicht kijk weet ik niet zeker of het aan de taal of aan het onderwerp ligt.
Ik probeer via steenkolen Fins en gebaren met hem te communiceren. Hij heeft veel humor en begrijpt alles expres verkeerd. Het resultaat is dat we allebei steeds in de lach schieten waarbij onze vrouwen ons glimlachend bekijken. Het klikt vanaf het eerste moment. Sindsdien zijn we vrienden met een taalprobleem, d.w.z. bij de mannen. Bij de vrouwen is het geen probleem, die blijven kletsen.

Toen we in de zomer aankwamen vertelde de buurman dat er een nieuwe huis onderweg was en excuseerde zich alvast voor de overlast. Het huis bleek een bouwpakket te zijn. Balkjes die in elkaar passen en waar je uiteindelijk een schoorsteen opzet. Je ziet ze wel eens in een toeristenwinkel liggen, zoiets, maar dan wat groter. Doordat onze huizen een flink stuk van de openbare weg afliggen moest het aangevoerd worden over een smalle landweg. Dat gaf problemen met de immense truck waar alles op lag en de vracht moest overgeladen worden op kleine vrachtwagens. Na het lossen bleek dat niet alles op de juiste volgorde lag en de bouwpuzzel was geboren.
In Finland ken je een gebruik dat Talkoot heet. Dat wil zeggen dat je buren helpt om op gang te komen. De tijdsduur mag je zelf bepalen, ook naar gelang de behoefte. Wij hebben het ook gehad bij onze komst. Toen we de fundering stortten waren er opeens zes (buur)mannen die we (nog)niet kenden aan het werk. Ze werkten volgens een beproefde methode om alles waterpas te krijgen. Met een waterslang aan twee houten paaltjes werd duidelijk dat ze het vaker hadden gedaan. Als er ‘Merkki’ werd geschreeuwd was het beton op de juiste hoogte en stapte de man in het cement een paar meter verder. Tijdens de lunch gaf ik de mannen alvast als dank een flesje jenever die we bijna standaard meenamen uit Nederland.
Toen ‘Merkki’, ‘Melki’ en daarna Mabey’ werd, begon het duidelijk te worden dat ik de fles te vroeg had gegeven. Redelijk aangeschoten werd de klus volbracht. De volgende ochtend vonden we een overgebleven buurman die in zijn auto lag te slapen.

Twaalf jaar later stond ik op de nieuwe fundering van de buren en kreeg een zware voorhamer in mijn handen. De buurman deed het voor. Nummer 5-1 bij 5-2 passen en dan gewoon hard slaan. Als je dat lang genoeg volhoudt komt er een soort van bouwskelet tevoorschijn. De vrouwen zeggen waar de puzzelstukjes moeten komen en de mannen slaan alles in elkaar.
De buurman van de andere kant kwam ook erbij. Het voorstellen ging op de Finse minimale methode. ‘Moi, minä olen naapuri, no niin,’ afsluitend met een knik, dat was het. Ik stelde me ook voor maar had niet de indruk dat hij me hoorde. Nadat ik een paar keer steeds luider naar hem had geschreeuwd dat hij een balk moet pakken die via de hijskraan zijn kant opdraaide, is het me duidelijk, hij is vrijwel doof.
Hij blijkt wel iets te horen, maar alleen als je hem van korte afstand iets in zijn oren schreeuwt. Mijn nieuwe buurman wist dat schijnbaar wel want ik zie ze zo met elkaar communiceren. Dat ik wel wat hoor blijkt als mijn buurman zich in zijn buurman vergist. Hij schreeuwt me van korte afstand bijna van mijn ladder af.
Zo sta ik op een gegeven moment op vier meter hoogte woest te gebaren tegen buren die me niet verstaan en niet horen. Ze moeten niet zo schreeuwen, ik ben verdorie niet doof, ik versta het gewoon niet.
Op grote hoogte kijken we elkaar aan en schieten in de lach. Zonder ongelukken bereikten we de nok van het dak.

De buurman inviteerde ons voor een drankje om ons te bedanken. Nadat hij had gevraagd wat onze voorkeur was ging hij een dure fles rode wijn halen. Hij had zelf de voorkeur voor Wodka maar zou zich voor deze gelegenheid aanpassen. We spraken af na de sauna als er weer wat beweging in onze spieren was teruggekomen. Rode wijn zou het allemaal nog wat soepeler maken. De buurman, geen wijndrinker, had ooit gelezen dat wijn moest ademen en had de fles reeds op het terras ontkurkt. Zelf dook hij net als wij de sauna in. Het was reeds donker toen we op het terras gingen zitten en zagen de glazen gevuld op de tafel staan. ‘Ik heb reeds ingeschonken,’ zei hij voldaan naar de glazen wijzend.
Hij pakte de glazen en zei: ‘We gaan proosten op nieuwe buren.’ We klikten de glazen tegen elkaar. Het geluid klonk echter dof, zoals je krijgt als er een barst in zit. Verbaasd keken we elkaar aan. Vloekend keek de buurman in zijn glas. De glazen waren tot de rand aan toe gevuld met kleine vliegjes. De fles was nog voller. Hij had persoonlijk alle fruitvliegjes in de omgeving verzopen in rode wijn.
‘Misschien kunnen we beter proosten met Wodka,’ zei onze nieuwe buurman,
’smaakt ongetwijfeld beter.’