Het gouden uurtje


Ik zat naast een grove Finse man aan de bar. Hij had een zwarte overal aan vol met vlekken. Hij hing over de bar heen en hield de toog vast alsof het ding er vandoor zou kunnen gaan, zo te zien had de man een zware dag achter de rug. Voor zijn neus stond op de bar een glazen emmer met handvatten, echte mannen noemen dit een biertje. Mijn vrouw was in de naastgelegen supermarkt aan het overleggen met de eigenaar over de aanvoer van wat extra grond rond ons huisje. De eigenaar zat in zaken, hij deed met zijn familie niet alleen de supermarkt, maar alles wat los en vast zat kon je bij hem regelen. Achter de supermarkt lag een enorm terrein vol met bouwspullen, tussen de wc-potten en saunakachels kon je ook zo maar een boot of een complete steiger kopen. Zijn broer deed de benzinepomp en het vlees, soms beiden tegelijk, oma zat achter de kassa en zijn vrouw stond achter de bar. De kinderen liepen te sjouwen met hout en gereedschap, zo te zien deed niemand iets met tegenzin. Hij heeft ons enorm geholpen met de opbouw van onze blokhut, hij heeft heel wat geregeld. Aan al die regelingen waren onderhandelingen gekoppeld. Ik had het afgeleerd om daar bij te zijn, de vertalingen die nodig waren, deden geen goed aan de prijzen waarover gesproken werd. Voordat mijn vrouw in gesprek ging, spraken we een onder- en bovengrens af en dan ging zij de strijd aan, ervaring leerde dat dit de beste manier was. In Nederland is het precies andersom.

De man naast mij bromde wat en ik bromde terug, even later stond er een liter bier voor mijn neus. Ik zei netjes ‘kippis’ en nam een teug. De man begon zijn verhaal waarbij hij met regelmaat een grote slok bier nam. Ik legde het af met het innemen want terwijl de liter bier nog niet gehalveerd was, werd er een volle naast gezet. Ervaring heeft mij geleerd dat je nooit, maar dan ook nooit, moet proberen een Fin bij te houden met het innemen van drank. Dat is bij voorbaat een verloren strijd, je moet altijd voortijdig afhaken en het resultaat is een houten kop de volgende dag. Mijn buurman de Fin had er dus minder moeite mee. Hij boerde luid en vertelde verder. Zijn spraak was laag en monotoon, op zijn verweerde gezicht lag geen enkele spoor van emotie. Omdat ik zag dat zijn liter alweer verdwenen was bestelde ik voor hem een nieuwe liter bier en begon zelf voorzichtig aan mijn tweede. Mijn vrouw zou het begrijpen en terugrijden, ik deed dit niet zo vaak. Tijdens het verhaal van de man naast mij bromde ik af en toe om te laten horen dat ik hem volgde, dat ik hem niet begreep bromde ik er niet bij.

Die geluiden had ik in de loop van de jaren geleerd. Ik bromde volleerd, Niin, Joo, Kyllä, Niin on. Het zijn geluiden die bij een goed Fins gesprek horen. Na een kwartier stopte het monotone geluid naast mij en keek de man opzij. Hij vroeg iets, ik begreep het niet en haalde mijn schouders op. ‘Etkö ymmärrä?’ vroeg hij. ‘Ei’, zei ik plechtig, ik begreep dat hij vroeg of ik hem verstond, ‘ik hoorde je wel, maar verstond er geen bal van’, zei ik er in het Engels achteraan. Ik volgde een serie Finse vloeken die ik ook verstond (bedankt zwager) en een lach trok over zijn gezicht. ‘Zit ik hier een verhaal te vertellen en jij verstaat er geen hout van, lekker dan,’ zei hij in blokvormig Engels. ‘Waar ging het over?’ vroeg ik en gaf de vrouw achter de bar een wenk om af te rekenen. Ik wilde niet het risico lopen nog zo’n emmer bier te moeten wegwerken. ‘Het weer man, het weer, het Finse klimaat, het ging over het weer. We hebben het beste weer van de hele wereld.’ Hij gaf me daarbij niet de indruk het in het Engels te willen overdoen en verdiepte zich weer in de inhoud van zijn glas. Ik bedankte hem en liep de bar uit.

Het weer is een dankbaar onderwerp om stiltes te overbruggen en barrières te slechten. In Nederland is het voldoende om te zeggen dat ik regelmatig naar Finland ga. Dan komen de vragen snel, want Finland is nog steeds voor veel mensen een onbekend gebied. ‘Is het daar niet heel koud, heb je daar niet veel sneeuw, is daar niet heel snel donker?’ Mijn reactie is dan, soms wel soms niet, het heeft te maken in de periode wanneer je gaat, net zoals elk land in de wereld. Het klimaat in Finland kan lichter, warmer en droger zijn dan in Nederland, maar het is er soms ook best koud. De periode wanneer je er bent bepaalt dat. Het grote verschil is dat het weer nooit zo venijnig is als in Nederland. De wind in ons (ook) koude Nederland waait soms dwars door je heen en heeft een gevoelstemperatuur die ook soms diep beneden nul ligt. Ik zit vaak in Finland op de veranda van ons blokhutje in T-shirt bij 14 graden te genieten, in Nederland doe ik dan net mijn winterjas uit. Ik heb met familie bij -20 pannenkoeken staan bakken bij de BBQ, dat zie ik me in Nederland niet doen. Ik bedoel maar, oordeel zelf, maar doe dat pas als je er zelf geweest bent.

Waar ik meest van hou in het Finse weer is wat wij noemen het gouden uurtje. Dat uurtje ligt aan het begin van de avond. Wat voor een weer het die dag ook geweest is, tussen zeven en acht komt de wereld in dit stukje van Finland langzaam tot stilstand. De wind gaat liggen en langzaam trekt er een stiltedeken over ons heen. De zon breekt door boven het meer, het wolkendek breekt en het water gaat glinsteren in de avondzon. Het wordt doodstil, de vogels zwijgen, zelfs de bomen bewegen niet meer. Het water vlakt af naar een gladde spiegel waarin enkel de zon glinstert. De gevoelstemperatuur vliegt omhoog en de stilte slaat toe. In het begin keken we ongelovig en ademloos om ons heen, wat gebeurt er? We zijn er nu aan gewend en verslaafd, als we er zijn zitten we op de veranda en genieten van het uitzicht en de stilte om ons heen. Als je uit het hectische Nederland komt moet je eerst leren om naar stilte te kunnen luisteren, als je het dan uiteindelijk hoort voel je de natuur, net zoals de Finnen dat zo goed kunnen. Op dit plekje staat de wereld stil tijdens het gouden uurtje. Ik ben ze gaan verzamelen deze momenten, ik heb ze in mijn gedachten staan voor moeilijker tijden. Als ik in Nederland ben terwijl de wind de vouwen uit mijn broek waait en het kippenvel zich op mijn armen vastzet, denk ik hieraan.

Als u dus in Nederland bij weer en wind tussen zeven en acht iemand in korte broek met een domme grijns op zijn gezicht ziet staan, dan ben ik dat. Ik denk dan weer aan het weer in Finland, ik wil weer, ik wil weer terug, ik wil het weer van Finland terug. Ik mis mijn gouden uurtje… alweer.