Toen er nog tijd was


Ik woon tegenwoordig in de nabijheid van een groot park in een rustig gedeelte, wat nu woonerf heet. Zoals mijn kinderen vroeger zeiden: ‘een plek waar je nog niet dood gevonden wilt worden!’ Zo’n plek dus.
Mijn kinderen zijn het huis uit en wonen op een drukke locatie bij het centrum. Dat is weer een plek waar ik niet dood gevonden wil worden.
Zo heeft iedereen zijn voorkeur en dat is goed. Elke generatie heeft zo zijn eigen keus en voorkeur.

De tijden zijn veranderd, de speeltijden ook. De speeltijden liggen niet meer op de straat, maar op internet. Die oude speeltijden zijn in deze tegenwoordige tijd verleden tijd. En die liggen in de vorige eeuw. De tijd waarin kinderen in groepen onderlinge toernooien maakten en daar ook rustig de tijd voor namen is niet meer.
De tijd van tegenwoordig zit in ‘De Cloud’.
Waar je ook gaat of staat, of je nu zit te eten in een restaurant, of je zit in een bioscoop een film te kijken, iedereen is online en heeft een smartphone. Om de minuut wordt er op een schermpje gekeken wat er in de rest van de wereld is gebeurd.
Stel je toch eens voor dat je niet weet dat er in Thailand een echte travestiet is geboren, dat de baby van Madonna een scheet heeft gelaten, of God betert, dat Gordon weer een slechte grap heeft gemaakt en zijn maatje Joling weer nieuw haar heeft aangeschaft.
Ik verlang soms terug naar vroeger. De tijd was anders, paste mij beter, het was trager en behulpzamer. Ik kon het beter volgen toen het wat trager was. Nu moet ik alle zeilen bijzetten om alles bij te houden en nog vinden ze me te traag.

Tijd was vroeger meer, tijd bond ons, tijd was er in overvloed, tijd koste niets en deed alles. Tijd had toen meer inhoud, was niet zo vluchtig als nu. Tegenwoordige tijd kost geld, de huidige tijd is schaars en duur, want iedereen komt het schijnbaar tekort. We leven in een dure tijd hoor je wel eens, dan bedoelen ze niet de tijd zelf maar eigenlijk het levensonderhoud. Tijd is er wel, maar wordt te weinig gezien als bindmiddel die ons opvoedt in het maken van vriendschap, het nakomen van afspraken, het volgen van de erecode en het respect hebben voor elkaar. Misschien komt het weer terug, maar het kost tijd. En laten we daar nu net tekort aan hebben.

Zelfs mensen van mijn leeftijd. Vroeger noemden ze ons bejaarden, nu senioren of hang-ouderen. Ze komen me soms op de elektrische fiets met een noodvaart voorbij. Bellend dat je uit de weg moet gaan, vloekend als een bouwvakker als je dat niet snel genoeg doet. Ze racen alsof ze op de Duitse autobaan zitten. En als ze dan op hun bestemming zijn, moeten ze snel weer weg. Afspraken, je weet wel, want stel je voor dat ze wat missen.
Ik weet zeker dat ze wat missen, elke dag weer: tijd. Ik bedoel maar, als wij senioren geen tijd meer hebben, wie dan wel? Ik ken senioren in mijn omgeving die eerst in hun agenda moeten kijken of ze ergens een kopje koffie kunnen gaan drinken.
Mijn opa zei vroeger altijd: ‘Jochie, tijd moet je zelf maken, een ander doet het niet voor je.’ Wijze woorden uit het verleden, maar wat doe je er in het heden mee?